Ruimte voor creatief denken is voor hoogbegaafde leerlingen geen luxe
Creatief denken vraagt geen extra uurtje op het rooster, wel een omgeving waarin ideeën welkom zijn.
Meer dan intelligentie
Bij hoogbegaafdheid wordt al snel gedacht aan een hoog IQ. Maar hoogbegaafdheid laat zich niet vangen in één cijfer. In verschillende modellen wordt naast cognitieve capaciteiten ook aandacht besteed aan factoren zoals creativiteit, motivatie en de omgeving waarin een kind zich kan ontwikkelen. Veel hoogbegaafde kinderen beschikken over een sterk creatief denkvermogen. Ze kunnen snel verbanden leggen, meerdere oplossingen bedenken voor een vraag of probleem, hebben een overvloed aan ideeën, zijn nieuwsgierig, stellen originele vragen en bekijken situaties vanuit onverwachte invalshoeken. Deze creatieve, out-of-the-boxmanier van denken is voor deze groep kinderen niet zomaar een leuke eigenschap, wel een wezenlijk onderdeel van wie ze zijn. Toch ervaren heel wat hoogbegaafde kinderen dat hun manier van denken niet altijd past binnen de structuur van de klas.
Maar het gaat toch goed op school?
Dat klopt. De leerkracht ziet vaak een leerling die goed meewerkt, mooie resultaten haalt en weinig problemen veroorzaakt. Ouders zien een ander beeld: het kind is thuis moe, prikkelbaar, gefrustreerd, opstandig... Soms zelfs ontstaat weerstand tegenover school. Het zijn signalen die niet altijd onmiddellijk met creativiteit in verband worden gebracht, maar daar wel mee kunnen samenhangen. Mogelijk ervaren deze kinderen op school onvoldoende ruimte om bepaalde aspecten van zichzelf, waaronder hun manier van denken, te uiten. Ook uit de literatuur blijkt dat hoogbegaafde kinderen al jong leren wat er van hen verwacht wordt en daaraan proberen te voldoen. Ze lopen mee in het rijtje, slikken eigen ideeën in, passen zich aan de groep en hun omgeving aan. Maar dat betekent niet noodzakelijk dat ze zich daar ook goed bij voelen. Integendeel, het kan ontzettend veel energie vragen.
Wat hebben hoogbegaafde leerlingen nodig?
Op school is de ondersteuning van hoogbegaafde kinderen vaak in de eerste plaats gericht op het cognitief vermogen, met bijvoorbeeld compacting, verrijking en verdieping van de leerstof. Dat is belangrijk, maar niet altijd voldoende. Ook creatief denken verdient aandacht. Wat zou er gebeuren wanneer hoogbegaafde leerlingen meer ruimte krijgen om creatief te denken? Wat hebben deze kinderen écht nodig op school? En wat kunnen leerkrachten doen?
Praktijkproef in de klas
Om een beter zicht te krijgen op de creatieve noden van hoogbegaafde leerlingen organiseerde ik een kleinschalige casestudy in het vierde leerjaar van een Vlaamse basisschool. Het onderzoek werd voorafgegaan door een literatuurstudie en uitgevoerd in het kader van de postgraduaatopleiding in hoogbegaafdheid aan Hogeschool PXL, Hasselt. Drie cognitief sterke leerlingen namen gedurende vier weken deel aan creatieve denkoefeningen in kleine groep. Eén van deze drie was geïdentificeerd hoogbegaafd. Daarnaast werden gelijkaardige oefeningen klassikaal aangeboden aan groepen van twaalf leerlingen. De oefeningen bestonden uit open vragen en denkuitdagingen waarbij niet één juist antwoord bestond. Het doel was niet om kennis te toetsen, wel om ideeën te verkennen, verbanden te leggen en creatief te denken. De bevindingen werden verzameld via observaties, gesprekken met de kinderen en een evaluatieformulier.
Kleine groep versus klassikaal
De drie cognitief sterke leerlingen waren opvallend positief over de sessies in kleine groep. Ze werkten telkens goed mee, waren enthousiast, wilden tijdens de speeltijd soms gewoon doorgaan, en gaven aan dit soort oefeningen vaker te willen doen. Ook de leerkrachten waren enthousiast, maar kwamen tot andere conclusies. Zij zagen vooral de meerwaarde van de klassikale aanpak, waarbij de open vragen zorgden voor betrokkenheid en verrassende inzichten. Meer kinderen betekende meer ideeën om elkaar te inspireren. Voor de klas als geheel was dit waardevol. Het groepje van drie vond de klassikale oefeningen echter minder leuk én minder uitdagend. Waarom? Omdat deze kinderen in een grotere groep langer moesten wachten om aan bod te komen en minder ruimte kregen om hun eigen ideeën uit te werken. Omdat het hier om een kleinschalig, exploratief onderzoek gaat, kunnen we de resultaten uiteraard niet zomaar veralgemenen, maar ze geven wel interessante aanknopingspunten voor de praktijk.
Individuele ruimte voor creatief denken
Klassikaal creatief denken stimuleren is waardevol voor iedereen, zoveel is duidelijk. Leerlingen leren van elkaar, en kinderen die zichzelf niet spontaan als creatief beschouwen, krijgen kansen om daarin te groeien. Maar wat goed werkt voor de klasgroep, volstaat daarom niet altijd voor hoogbegaafde leerlingen. Zij kunnen behoefte hebben aan meer diepgang, meer complexiteit en meer ruimte voor hun ideeën. Kortom: aandacht en zorg op maat, met individuele ruimte voor hun creatief denken. Maar er is ook een kanttekening. Tijdens een van de sessies waren de kinderen moe en minder geconcentreerd. Hetzelfde soort denkoefeningen werd toen plots als veel minder leuk ervaren. Dat vertelt ons iets cruciaals: een creatief aanbod werkt niet altijd. Autonomie, interesse, motivatie, energie en timing blijven belangrijk.
Creativiteit hoeft geen apart vak te worden
Misschien wel de belangrijkste observatie uit dit onderzoek: creatief denken hoeft niet beperkt te blijven tot één speciaal creatief uurtje per week. De grootste winst lijkt te zitten in een schoolomgeving waarin hoogbegaafde kinderen regelmatig ervaren dat hun eigen ideeën er mogen zijn; dat ze dingen ‘anders’ mogen bekijken; dat er ruimte is om te ontdekken waar het creatieve denken hen brengt. Deze ruimte voor creativiteit kan verweven zitten in de gewone lessen, of zelfs buiten de lessen om, via tal van kleine stimulansen en telkens wanneer de leerling hiertoe autonoom het initiatief neemt.
Wat kan de leerkracht morgen al doen?
Ruimte geven aan creatief denken begint met een andere blik: nieuwsgierig zijn naar wat een leerling bedenkt en daar bewust ruimte voor maken. Geen extra lesuur, geen ingewikkeld programma. Wel kleine ingrepen die leerlingen uitnodigen om verder te denken.
Bijvoorbeeld:
- Stel regelmatig een open vraag;
- Geef voldoende denktijd;
- Vraag leerlingen om hun redenering uit te leggen;
- Kijk niet alleen naar het antwoord, maar ook naar het denkproces;
- Wees nieuwsgierig naar de ideeën van je leerlingen;
- Erken en waardeer creatieve initiatieven van de leerling;
- Laat leerlingen fouten maken en bijsturen;
- Laat verschillende oplossingen naast elkaar bestaan;
- Wees ook zelf creatief.
Deze en meer tips werden gebundeld in een praktische fiche waarmee leerkrachten in de klas aan de slag kunnen gaan.
Auteur: Sabine Mous
Op een dag, in de eerste kleuterklas, deelde de juf aardbeien uit. Na twee rondjes waren er niet meer voldoende om elk kindje er nog een te geven. Eén kleuter stelde voor om elke aardbei in twee te snijden, zodat iedereen toch nog een stukje zou krijgen. De juf vond het een goed idee, zo gezegd zo gedaan. Het lijkt een klein moment, maar eigenlijk gebeurde er iets groots. De kleuter werd gehoord, zijn oplossing gewaardeerd én toegepast. Misschien is dát wel wat creatief hoogbegaafde leerlingen het meest nodig hebben: geen speciale projecten of aparte programma’s, maar leerkrachten die zien wat er achter hun ideeën schuilt en hen laten voelen dat hun creativiteit welkom is. Dag na dag. Idee na idee.
Dit artikel is gebaseerd op de onderzoekspaper Creatief Vermogen van Hoogbegaafde Kinderen binnen de Schoolcontext – out of the box op de basisschool, geschreven in het kader van de postgraduaatopleiding in hoogbegaafdheid aan Hogeschool PXL (Hasselt), juni 2025.